Strip Turnhout


Interview Willy Linthout en Urbanus

Urbanuslinthout1

Urbanus en Willy Linthout (Foto Bart Van der Moeren)

Op 11, 12 en 13 december zijn Willy Linthout en Urbanus de centrale gasten van het Strip Turnhout-festival, de tweejaarlijkse hoogmis van de Vlaamse strip. Al precies 26 jaar maken ze samen de nog steeds razend populaire ‘Urbanus’-strip, waarin ze zich veel kunnen permitteren. Ze krijgen een grote tentoonstelling in de Warande, er zijn signeersessies en ontmoetingen met lezers en een geïllustreerd concert met Fixkes, én Willy Linthout (van wie dit najaar ook een integrale uitgave van zijn autobiografische striproman ‘Het jaar van de olifant’ verschijnt) krijgt de Bronzen Adhemar/Vlaamse Cultuurprijs voor de Strip overhandigd. Een gesprek met twee bijzonder bedrijvige stripmakers.

Urbanus: Ik was al een hele tijd met strips bezig, maar het idee om met een ‘Urbanus’-strip te starten komt van Willy. Jarenlang koesterde ik de droom om zelf striptekenaar te worden, want om op een podium te kruipen was de drempel toch veel te hoog. Ik zat vooral mannetjes te tekenen, het was nogal amateuristisch. Mijn moeder is wel een paar keer met mijn tekeningetjes in de toren van het weekblad Kuifje aan het Brusselse Zuidstation langs geweest. Daar zeiden ze: “Ja, hij heeft talent, maar hij moet nog heel hard werken.” En toen ben ik de kleinkunst in gesukkeld, en kwam er van tekenen niet veel meer in huis. Een platenhoes hier en daar niet te na gesproken. Tot Willy bij mij voor de deur stond.

Als je met twee personen je verstand in een potje smijt en je roert daar dan in, dan komt er veel meer uit.

Willy Linthout: En hij was meteen enthousiast. Ik had de eerste vier pagina’s van ‘Het fritkotmysterie’ bij, wat later het eerste album van de reeks is geworden. Urbain vond het geweldig klinken, zei hij. En we hadden meteen een basisafspraak. Ik had ook, niet onbelangrijk, een uitgever meegebracht, Jef Meert, die samen met ons uitgeverij Loempia heeft opgestart. Het klikte meteen. En zo is dat jaren probleemloos verdergegaan.

Urbanus: Op dat moment was ik veel aan het optreden, zowel in schouwburgen als op de televisie. Aanvankelijk was het de bedoeling dat Willy de strip voor 100% zelf zou maken. Voor de eerste twee albums was dat ook zo. Maar ik vond het toch een wreed tof medium, en wilde er toch bij betrokken zijn. Vanaf album drie zijn we dan samen aan de scenario’s beginnen werken. Als je nú naar ons tweeën kijkt en ziet hoe geroutineerd wij zijn, kan je je niet meer voorstellen hoe we in het begin werkten. Nu gaat het zo: Willy heeft een pak ideeën, een blad of vier vol, en dan gaan we samen zitten. Na een uur of vier hebben we dan 13 pagina’s uitgewerkt. Dan blijkt dat we op die 13 pagina’s alleen de eerste twee regels van zijn synopsis hebben uitgewerkt. Die synopsis levert dan uiteindelijk drie albums op…

Willy Linthout: Een voordeel is dat we heel goed op mekaar ingespeeld zijn en dat de ene maar een half woord moet zeggen en de andere begrijpt al wat er bedoeld wordt. Als je alleen een scenario schrijft, is het veel moeilijker. Als je met twee personen je verstand in een potje smijt en je roert daar dan in, dan komt er veel meer uit. Uiteindelijk heb je dan altijd een overschot aan ideeën.

Urbanus: Als je met zijn tweeën samenwerkt, verdubbel je niet zomaar je ideeën, nee, je vervijfvoudigt ze. En je hebt meteen ook een publiek. Een éénmanspubliek dat meteen zegt: ‘flauw’. Of: ‘goed’. De eerste selectie wordt daar al gemaakt. Een idee waar we niet alletwee achter staan, wordt geëlimineerd.

Stripgids: De figuur Urbanus was op u geïnspireerd, maar al de rest, de stripomgeving waarin hij zich beweegt, van waar komt die?

Willy Linthout: Urbanus als personage is op Urbain gebaseerd, maar voor de rest heb ik mijn eigen jeugd als basis genomen. Het huis, het schooltje, de kerk… Dat heb ik gemodelleerd op mijn eigen leven. Ik kende op dat moment de omgeving van Urbain ook nog niet. Gevolg is dat het Tollembeek uit de strip evenveel of meer met het Lokeren waarin ik ben opgegroeid te maken heeft dan met het echte Tollembeek.
Urbanus: Als je met een ‘Urbanus’-album in de hand door Tollembeek gaat wandelen, zal je weinig decors herkennen. Het stripdorp is in de eerste plaats een fictieve gemeente.

Pisdoekske

Wij zien Marc Sleen echt wel als onze voorvader.

Stripgids: Het strippersonage ‘Urbanus’ is naarmate de reeks vordert ook jonger geworden. Een unicum, denk ik.

Urbanus: Jonger, dat zeker. En hij is ook gekrompen. In het begin was het een lange slungel. Bij de meeste tekenaars gaat het andersom. Kijk naar Jommeke, een kleuter bijna, of toch een klein mannetje, en later een puber. Jef Nys heeft me gezegd: “Zo’n klein ventje met een pisdoekske een wereldreis laten maken, dat ligt toch moeilijk.

Willy Linthout: Ik vind dat zoiets eigenlijk wel kan.

Urbanus: Nu zou het inderdaad wel kunnen. Toen Willy begon nam hij het podiumpersonage Urbanus als vertrekpunt. Iemand van 24, 25 jaar. En dan is hij systematisch jonger geworden. Wanneer hebben we dat eigenlijk beslist, Willy?

Willy Linthout: We hebben dat niet beslist, dat is vanzelf zo gekomen. Urbanus werd leeftijdsloos. Hij draagt een korte broek, dus het is een kind. Maar hij heeft een baard, dus is hij ook een volwassene. Dat vond ik wel goed. Ik wilde er geen leeftijd op plakken. Dat is altijd mijn basisidee gebleven: we moeten van Urbanus een personage maken dat zowel directeur van een fabriek als scholier kan zijn. Dat biedt veel meer mogelijkheden.

Urbanus: Ook op het podium en op mijn platen deed ik dat. Het ene moment breng je een kinderliedje en ben je de aap aan het uithangen; het volgende liedje gaat over de dood. In de strip kan dat ook. We springen van het ene uiterste in het andere. Uiteindelijk kunnen wij ons in de strips erg veel vrijheden permitteren. In de ene strip is hij gebuisd in het eerste studiejaar en drie pagina’s verder is hij ineens weer directeur van een bank of zit hij bij Al-Qaida. Niemand stelt zich daar vragen bij. Toen we de tekenfilm gingen maken, waren er natuurlijk mensen van buitenaf die mij niet kennen. Die zagen dat figuurtje en zeiden ”that Urbanus, is that an adopted dwarf or something?” Die snapten dat niet, zo een kleine met een baard. Hier stelt niemand daar vragen over.
urbanushetfritkotmysterie
Stripgids: ‘Urbanus’ is een stoute strip. Wat kan er in ‘Urbanus’ en wat kan er niet? Of zijn jullie daar eigenlijk niet zo mee bezig?


Willy Linthout:
Ik denk dat de strip in het verlengde ligt van de optredens van Urbanus. Urbanus is ook een stoute artiest op het podium. Ik herinner me dat we ooit eens een halve pagina niet gepubliceerd hebben, het was grappig, maar het had met drugsgebruik te maken. En we kwamen alletwee tot de conclusie dat we met echte drugs toch niks te maken willen hebben.

Urbanus:
We hebben toch dingen gedaan waarbij hij aan de mayonaise hangt …

Willy Linthout:
Ja, dat kon nog net.
Urbanus: Dan kreeg hij een shot, maar dan wel een shot mayonaise of andalouse… Dan kan het wel. (lacht)

Stripgids: Als ik zeg dat Urbanus de laatste, échte Vlaamse volksstrip is, zijn jullie het daar mee eens?

Urbanus: Dat was in ieder geval de bedoeling van Willy toen hij ermee begon. En wij zien Marc Sleen echt wel als onze voorvader.

Willy Linthout:
Wij wilden een echte Vlaamse strip maken, met ook wat dialect erin. ‘Nero’ was voor ons teveel ‘gekuist’ toen de strip werd overgenomen van Het Volk door Standaard Uitgeverij.

Urbanus:
Toen we niet lang na de start van de reeks van iemand te horen kregen “mijne kleine heeft op school straf gekregen omdat hij op de WC betrapt is met een strip van Urbanus”, wisten we meteen: “We zitten goed!” (lacht) We hadden ook afgesproken dat we altijd aan de kant van de kinderen zouden staan, en niet zouden collaboreren met de pastoor, de schoolmeester of de ouders. Geen vermanend vingertje in onze strip. Een boze brief van ouders vonden we een compliment. Hoewel ze de boekjes uiteindelijk wel moeten betalen…
In het begin werden we nooit voor vol of voor echt aanzien, maar als je dat desalniettemin lang genoeg volhoudt, win je uiteindelijk toch. De mensen die nu de strips bespreken of de gazetten volschrijven, dat zijn de klein mannen die destijds op WC betrapt werden. Als je lang genoeg volhoudt, dan word je beoordeeld door je eerste fans. En al die mensen die vroeger al vonden dat onze strip totaal geen cultuur is en het papierverbruik niet waard, die zijn nu uit circulatie.

De mensen die nu de strips bespreken of de gazetten volschrijven, dat zijn de klein mannen die destijds op WC betrapt werden.

Stripgids: Welke zijn de plezantste personages om mee te werken? Is dat Urbanus zelf?

Urbanus: Uiteindelijk is het toch het hele gezin, denk ik. We hebben ondertussen ook al een strip gemaakt waarin we Urbanus zogezegd vergeten zijn. Pas helemaal op het einde duikt hij dan weer op. Blijkt hij vastgezeten te hebben in een kleerkast. 

Willy Linthout:
De figuren die ik het liefst teken zijn Cesar en Eufrasie, daar houd ik mij het liefst mee bezig. Vooral met Cesar eigenlijk.

Urbanus:
Urbanus vergeten, die toch het hoofdpersonage van de strips is, dat is natuurlijk iets dat je je pas kan permitteren als je al meer dan honderd albums hebt gemaakt. Na vier albums moet je dat niet proberen. Dan kent de lezer de personages of het karakter van de reeks niet zo goed.  Jelle De Beule van ‘Neveneffecten’ vertelde me onlangs dat hij het zo geweldig vond dat wij ooit een strip niet afgerond kregen in de laatste drie prentjes, en dan gewoon op de binnenkant van de achterflap waren doorgegaan. Hij vond dat fantastisch.

Stripgids: Jullie zijn dit jaar met jullie strips de centrale gasten op het Strip Turnhout-festival. Weten jullie dat liggen, Turnhout?

Urbanus: Ik heb er vroeger nog vaak opgetreden, in de Warande. Bij elke tournee, denk ik. Al moet ik elke keer zoeken. De mensen denken altijd dat je al die zalen weet liggen als je er ooit hebt opgetreden, alsof je ze meteen op je harde schijf opslaat, maar dat is natuurlijk niet zo. En indertijd hebben we er ook ‘De strip van zeven’ gesigneerd, een strip die we met bijna alle stripmakers van Standaard Uitgeverij hadden gemaakt.

Willy Linthout:
Ah ja, dat is waar…Toen zaten we allemaal samen te signeren. Als stripverzamelaar wist ik Turnhout sowieso al wel liggen. Al vond ik het altijd moeilijk om in de buurt van de Warande te parkeren.

Postuur

linthout1

Willy Linthout (Foto Bart Van der Moeren)

Stripgids: Willy, je wint nu de Bronzen Adhemar, wat betekent dat voor u?

Willy Linthout:
Jan Smet (stichter van het Turnhoutse festival én van de Bronzen Adhemar – nvdr) heeft indertijd gezegd, meer dan 20 jaar geleden: “Vroeg of laat ga jij die Bronzen Adhemar krijgen en als het aan mij ligt zelfs vroeg.” Het heeft wat langer geduurd dan Jan had gehoopt, maar ik ben er natuurlijk heel blij mee. Als dat beeld ongeveer hetzelfde postuur heeft als die grote Adhemar die voor de Warande staat, dan is dat wel mooi om op mijn kast te zetten, want ik verzamel stripfiguurtjes… Zo eentje heb ik nog niet. (lacht)

Stripgids :Was je vroeger een beetje gefrustreerd omdat je hem nog niet gekregen had?

Willy Linthout: Ik had die onderscheiding nooit verwacht, maar er wel op gehoopt. Het was Jan Smet die mijn kop heeft zot gemaakt… 20 jaar geleden al. Maar ik wilde het beeldje wel graag hebben. Op het punt dat ik dacht, ik krijg hem niet meer, heb ik hem toch nog gekregen… Na de publicatie van “Het jaar van de olifant” begon ik er toch wel aan te denken.

Urbanus:
Toen konden ze het ook niet meer negeren, natuurlijk.

Ik vroeg me af of ik de prijs kreeg omdat ik een goed boek gemaakt had, of omdat mijn zoon overleden is en ik daar dan een boek over had gemaakt.

Stripgids: Word het geen hoog tijd dat ze de Bronzen Adhemar eens aan een scenarist geven, Urbain?

Urbanus: Ik gun Willy de prijs voor de volle 100%. En zeker na ‘Het jaar van de olifant’. De kans dat de prijs nog eens aan de Urbanusstrip te beurt zal vallen, is wellicht klein… Dat wordt nu weer 20 jaar wachten, denk ik. (lacht) Het is duidelijk dat Willy de prijs ook gekregen heeft voor ‘Het jaar van de olifant’. Maar, als je dan een tentoonstelling doet, is het natuurlijk logisch dat dat breder gaat dan dat. En ik ben ondertussen oud genoeg om binnenkort nog wel eens ergens een Lifetime Achievement Award te krijgen.(lacht)

olifantWilly Linthout:
Er verschijnen tegenwoordig veel succesvolle strips over heel persoonlijke zaken, vaak autobiografisch. En graphic novels, zoals ‘Het jaar van de olifant’, kunnen ook op meer aandacht rekenen dan vroeger. Dat is natuurlijk een beetje dubbel. Ik heb er op een bepaald ogenblik toch wel mee geworsteld – nu weliswaar minder dan toen ik in Nederland de Stripschapspenning voor het beste album kreeg. Ik vroeg me af of ik de prijs kreeg omdat ik een goed boek gemaakt had, of omdat mijn zoon overleden is en ik daar dan een boek over had gemaakt.

Stripgids: Speelt dat nu nog? Ben je daar nu nog mee bezig?

Willy Linthout: Ik heb besloten daar niet meer aan te denken.

Urbanus:
Ik denk niet, Willy, dat iemand u zo’n prijs zou geven uit compassie. Als je dat boek leest, ben je daar toch even niet goed van. Als je het gelezen hebt, denk je: “Nu moet ik toch even mijn hemd openzetten…” Bij hoeveel strips heb je dat?

Willy Linthout:
Het is te hopen dat het inderdaad zo is.

Stripgids: Wat zijn de toekomstplannen met ‘Urbanus’?

Willy Linthout: We hebben nog hopen inspiratie.

Urbanus:
Omdat ik ook strips maak met Dirk Stallaert en Jan Bosschaert zit ik toch wel op mijn limiet. Als ik nog zou optreden, zou het niet lukken. Ik zorg altijd dat ik genoeg voorsprong heb, zodat ik nooit onder tijdsdruk zit. Meestal kan ik elke dag wel een gag van ‘Plankgas & Plastronneke’ verzinnen. Er zijn wel eens een paar weken dat er weinig inspiratie komt. Maar op andere momenten moet je maar even door het venster naar buiten kijken en je hebt een ideetje.

Willy Linthout:
Dat heb ik niet. Ik moet er echt wel voor gaan zitten.

Stripgids: Het blijft hard werken?

Willy Linthout: Ja, als ik zeg: “Ik moet nu een goed scenario uitvinden”, dan maak ik er uiteindelijk ook een. Ik moet me gewoon verplichten om mijn geest op nul te zetten en op zoek te gaan in die nul, als je begrijpt wat ik bedoel. Dat werkt bij mij altijd. Ik moet er mij gewoon aan zetten, écht aan zetten, en het komt.

Urbanus:
Maar, dat is bij mij voor een stuk ook wel zo, hoor. Dat heeft ook te maken met het feit dat je met andere dingen in je hoofd zit. Ook omdat het helemaal niet dringend is. Ik heb bijna altijd een album voorsprong. Ik heb dat graag. Bij ‘De geverniste vernepelingskes’, de strip die ik met Jan Bosschaert maak, kan ik dat niet. Omdat die reeks aan de actualiteit gebonden is. En dat vind ik dan ook mijn moeilijkste reeks. En weet je waarom? Ik moet bijna 2,5 maand op voorhand op de actualiteit inspelen, want Jan moet dat nog tekenen natuurlijk. Dat is niet altijd simpel. Je moet snel zijn tegenwoordig, want voor je weet wie een bepaalde BV is, is hij of zij alweer verdwenen.

‘De geverniste vernepelingskes’, zo ben ik vandaag: een vettig oud peeke dat altijd met seks bezig is.

Stripgids: Ligt  het succes van de ‘Urbanus’-strip niet in het feit dat de strip ondertussen een eigen leven leidt, met een eigen universum, los van de podiumfiguur Urbanus?

Urbanus: Tegenwoordig staan die dingen los van mekaar. Het is zelfs zo dat jonge mensen mij éérst via de strips kenden, en dan later op televisie of via YouTube mijn filmpjes ontdekt hebben. De strip slaat dan een brug naar wat ik vroeger al gedaan heb. Terwijl er veel artiesten van mijn generatie zijn die het contact met die nieuwe lichting kwijt zijn. Ik heb daar ook heel bewust aan méégewerkt: mijn spirit bepaalt mee het gelaat van de strip. Ik ben er nauw bij betrokken. Veel meer dan pakweg Kim Clijsters, Wendy van Wanten of Jacques Vermeire betrokken waren bij de strips die over hen gemaakt zijn. Er werd een mannetje getekend dat fysiek op de bestaande personages trok, maar dat er spiritueel niks mee te maken had.

Willy Linthout:
Terwijl mijn Urbanus fysiek helemaal niet zo op de echte lijkt. Maar spiritueel zit het dan weer veel dichter op het universum van Urbain.

urbanus25Urbanus:
Hij moet ook niet op mij lijken. Ik denk dat wat er gebeurt, en de spirit die erin zit, toch nog altijd redelijk dicht zit bij wat ik meemaak.

Willy Linthout:
Gelúkkig lijk je er niet meer op. Je kan ook niet meer op jezelf lijken van 25 jaar geleden.

Urbanus:
‘De geverniste vernepelingskes’, zo ben ik vandaag: een vettig oud peeke dat altijd met seks bezig is. (lacht)

Willy Linthout:
De realiteit! De realiteit! (lacht)

Urbanus:
Ik zat onlangs in het televisieprogramma ‘Mag ik u kussen?’, een competitie met andere mannen om aan het eind van de uitzending Goedele Liekens een kus te mogen geven. En één van de vragen was: “Wat doe jij om je orgasme uit te stellen?” Ik zei: ”Uitstellen? Ik moet nu al vier uur boenken om daar een druppelken uit te krijgen… Uitstellen? De laatste keer zei mijn vrouw halverwege: ‘Time out, ik moet een nieuw pil pakken, de vorige is uitgewerkt!’ Dat soort dingen kan ik in ’De geverniste vernepelingskes’ kwijt.

Stripgids: Hebben jullie nog een boodschap voor de mensheid?


Willy Linthout:
Dat ze onze strips moeten lezen.

Urbanus:
Wees niet egoïstisch,
doe alles voor elkander.
Lees alleen Urbanusstrips
en niet die van een ander !

Abonnementen

U vindt Stripgids gratis in alle openbare bibliotheken van de provincie Antwerpen (en in de Vlaamse stripspeciaalzaken).

Krijgt u het blad toch liever vijf keer per jaar in de brievenbus, dan kan u zich abonneren. Een abonnement kost 12,50 euro voor een jaar.

Vul het onderstaande formulier in en u ontvangt alle informatie over de betalingsmodaliteiten.