Stadstekenaarstrip ‘De tranen van Turnhout’ in première op expo Speelkaartenmuseum
Voor de vierde keer op rij wordt het jaar van de Turnhoutse stadstekenaar afgesloten met een tentoonstelling in het Nationaal Museum van de Speelkaart, in samenwerking met Tram 41. De expositie ‘De tranen van Turnhout’, een samenwerking tussen stadstekenaar Reinhart Croon en Walter van den Broeck, is van 25 maart tot en met 22 mei 2011 te bezichtigen in het museum. Het Speelkaartenmuseum toont in wereldpremière de gehele strip en viert met de expo in een adem door ook de 70ste verjaardag van de Turnhoutse auteur.
De tentoonstelling van de Turnhoutse stadstekenaar in het Nationaal Museum van de Speelkaart begint een vaste traditie te worden. Eind 2007 kreeg toenmalig stadstekenaar Jan Van der Veken een tentoonstelling in het museum en het daaropvolgende jaar was het de beurt aan ‘Boerke’-tekenaar Pieter De Poortere. Serge Baeken, Turnhouts stadstekenaar in 2009, kon ook rekenen op een expositie in het museum. De goedbezochte tentoonstelling ‘Het verdriet van Turnhout’, over de Turnhoutse papierstaking in 1910, krijgt dus nu een vervolg met de expo ‘De tranen van Turnhout’.
Stadstekenaar Reinhart (1971), bekend van de strips ‘Just’ en ‘Hunker Bunker’ (dat in Libelle, De Bond en Grande verschijnt), is een groot bewonderaar van het werk van Walter van den Broeck, en stelde zelf voor om de Turnhoutse schrijver te vragen een scenario voor hem te schrijven. Van den Broeck stemde daar meteen mee in. Het verhaal, dat zestien pagina’s telt, speelt zich volledig af in Turnhout. ‘De tranen van Turnhout’ focust op verdwenen monumenten en gebouwen in de stad.
De samenwerking met Van den Broeck is Reinhart goed bevallen. “Die samenwerking verliep heel vlot”, vertelt de stripauteur. “Het meest verbazingwekkende was toch wel zijn vraag hoe het scenario aan te leveren. Had ik het graag uitgeschreven of had ik het liever uitgetekend? Mij maakte het allemaal niet uit, elke scenarist werkt met zijn eigen methode, maar het uitgetekende scenario dat ik kreeg was toch wel heel knap gedaan.”
“Het verhaal past helemaal in het universum van Walter en is opgebouwd volgens hetzelfde principe als zijn roman ‘Brieven aan Boudewijn’”, gaat Reinhart verder. “In dat boek geeft hij koning Boudewijn een rondleiding in zijn geboortedorp Olen. Een handige manier om iets te vertellen over Olen en zijn eigen jeugd. Die werkwijze heeft hij ook nu gebruikt voor onze strip ‘De tranen van Turnhout’.”
In de strip staat het koninkrijk België op ontploffen, een duidelijke knipoog naar de huidige, complexe politieke toestand van het land. De koning is gevlucht naar Baarle-Nassau en kroonprins Filip vloog met zijn helikopter in allerijl naar het groothertogdom Luxemburg. Prinses Elisabeth, de tweede in lijn in de troonopvolging, wordt ontvoerd door de Royale Radicalisten. Ze brengen haar naar een onderduikadres in Turnhout waar onderduikspecialist Sandeman haar opvangt. “Een uitstekend voorwendsel om haar en de lezers van de strip een rondleiding te geven in Turnhout. Een rondleiding die hen dan nog naar verschillende monumenten en gebouwen loodst die verdwenen zijn of zelfs nooit gebouwd zijn”, aldus Reinhart. “Zo komen onder andere de verdwenen koepel aan het station, de nooit gebouwde stadswallen en het stadhuis aan bod.” Ook Walter van den Broeck zelf speelt een niet onbelangrijke rol in het stripverhaal.
De expositie in het Nationaal Museum van de Speelkaart krijgt de wereldpremière van de strip te zien. Het hele verhaal, inclusief cover, wordt tentoongesteld in de tentoonstellingsruimte van het museum. De strip wordt in april gepubliceerd in het tweemaandelijkse tijdschrift Stripgids en verschijnt eind december 2011 in de stadskrant. Het storyboard van de strip, van den Broeck tekende het hele scenario uit, zal ook exclusief te zien zijn op de tentoonstelling. De expo geeft uiteraard de nodige aandacht aan het oeuvre van beide auteurs. De start van de expositie ‘De tranen van Turnhout’ valt ook samen met de verjaardag van de Vlaamse auteur, die op 28 maart 2011 70 kaarsjes mag uitblazen. “Het is trouwens een dubbele viering want tegen het einde van de tentoonstelling heb ik de kaap van 40 gehaald”, lacht Reinhart.
Walter van den Broeck (1941) is een van de belangrijkste Vlaamse proza- en toneelschrijvers van het moment. Hij won in het verleden zowel de Staatsprijs voor Toneel (1982) als die voor Proza (1993). Zijn bekendste werken zijn ‘Groenten uit Balen’, het recent heruitgebrachte ‘Brief aan Boudewijn’ en de tetralogie ‘Het beleg van Laken’. Eind 2009 publiceerde hij nog de roman ‘Terug naar Walden’, dat de shortlist van de Nederlandse Libris Literatuurprijs haalde.
In zijn kindertijd verslond hij strips, en waagde hij zich zelfs aan een eigen reeks. “Op stripgebied behoorden we thuis tot de fortuinlijken”, schreef hij in september 2007 in het stripinfoblad Stripgids. “Wij hadden namelijk een opa in Amerika die elke week de stripbijlagen – in kleur! – van een aantal kranten opstuurde. Loodzware rollen, ter dikte van een regenpijp.”
Zonder strips was ik nooit begonnen te schrijven
De jonge schrijver in wording waagde zich zelfs aan een eigen strip. “Van Lucky Luke verzon ik mijn eigen variant. Tussen mijn tiende en mijn veertiende tekende ik vijf verhalen waarvan de held Bill Blaffer heette.” Hij zou uiteindelijk vijf verhalen afwerken, die evenwel nooit gepubliceerd werden. “Strips zijn de basis van mijn papieren vlot”, aldus nog Van den Broeck in 2007 in Stripgids. “Zonder strips was ik nooit begonnen te schrijven. Vòòr Bill Blaffer had ik al eerder een paar strippogingen gedaan. Daaruit had ik geleerd dat een strip een verhaal is. Vanaf Bill Blaffer 1 werkte ik dus met een vooraf uitgeschreven verhaal. Na Bill Blaffer 5 verdwenen de tekeningen. De verhalen zijn tot op vandaag gebleven.”
Reinhart Croon debuteerde in 1994 in de krant De Standaard met losse cartoons en de surrealistische cartoonreeks ‘Shelter Hotel’. Voor Het Nieuwsblad bedacht hij de stopstrip ‘Bruno en Bavo’. De stripauteur uit het Vlaams-Brabantse Wespelaar werkte zeven jaar als allround-graficus voor de VUM (Het Nieuwsblad) en 8 maanden voor Woestijnvis (voor het ter ziele gegane weekblad Bonanza). In 2007 verscheen zijn albumdebuut ‘Just 1: Het vlindernet’ en ondertussen verschenen er van hem al twee bundels van de gagstrip ‘Hunker Bunker’ bij de Antwerpse uitgeverij Bries. Eind 2009 werd alvast een stripmuur van zijn hand ingehuldigd in het centrum van Turnhout. De stripmuur, waarop de personages uit zijn strip ‘Hunker Bunker’ worden afgebeeld, is terug te vinden op de zijgevel van een huis aan de Begijnenstraat 23, tegenover café Ranonkel.
Reinhart is de zesde Turnhoutse stadstekenaar die door Strip Turnhout werd aangeduid. Hij treedt in de voetsporen van Serge Baeken, Pieter de Poortere, Jan Van der Veken, Conz en Koen De Maesschalck. “Ik heb Turnhout toch wel een pak beter leren kennen als voorheen. In mijn jaar stadstekenaarschap heb ik er heel wat kilometers rondgewandeld op zoek naar decors voor mij strip. Een heel gezellige stad, die de voordelen van de stad prettig combineert met de sfeer van een dorp. Het lijkt me er zeer aangenaam om te wonen”, besluit Reinhart.
De expo ‘De tranen van Turnhout’ loopt van 25 maart tot en met 22 mei 2011 in het Nationaal museum van de Speelkaart (Druivenstraat 18, 2300 Turnhout – 014 41 56 21) Openingsuren: dinsdag t.e.m. zaterdag van 14 tot 17u., zondag van 11 tot 17u. Gesloten op maandag.


