Bij Standaard Uitgeverij zijn in de reeks miniboekjes-met-harde-kaft de volgende vijf ‘Nero’-albums verschenen: van ‘De Wallabieten’ tot ‘Mama Kali’. Chronologisch bevinden we ons in de jaren 1968-1969. In totaal staat de teller nu op 16, maar vreemd genoeg ontbreekt nummer 14 in de rij. Volgens de bibliografie zou dat ‘Nero tegen de FFF’ moeten zijn. De uitgever heeft er zeker een uitleg voor. (‘Nero tegen de FFF’ werd een paar jaar geleden al op hetzelfde formaat uitgegeven – nvdr)
En het dient gezegd: het zijn keurige uitgaven. Wie houdt van mooie rijtjes in de boekenkast, krijgt hier waar voor zijn geld. De sterkste verhalen zijn het misschien wel niet (vergeleken met bijvoorbeeld ‘De rode keizer’, ‘De negen peperbollen’, ‘De groene Chinees’), maar ze blijven best leesbaar. Daar zorgt bij Sleen altijd weer die onvervalst Vlaamse humor voor.
In serie lezen zoals wij hebben gedaan is bovendien niet helemaal eerlijk: zo komen de trucs uiteraard iets te duidelijk bovendrijven. De uitvindingen van Adhemar (raket, zweefhelm, kleurige pillen, maanlander), Tuizentfloot als stoorzender, kapitein Oliepul als deus ex machina, we kennen ze onderhand wel, maar Sleen is handig genoeg om ze acceptabel te maken. Een paar fijne uurtjes wachten de lezer. (IV)
Marc Sleen
‘Nero’ (vijf nieuwe deeltjes), Standaard Uitgeverij, 32 tot 40 blz., €6,95 per deeltje.
***
28 November 2010, 22:38
kurt
We kennen Fagin de jood uiteraard van het boek en de film ‘Oliver Twist’: de sluwe, gluiperige leider van een bende jonge diefjes die Londen onveilig maken. Hij is ongetwijfeld een van de meest kleurrijke figuren die onder de pen van Charles Dickens vandaan zijn gekropen, en dat wil wat zeggen. Maar Will Eisner (1917-2005) vond dat Fagin, en bij uitbreiding de joden in het algemeen, bij de voorstelling van deze figuur onrecht was aangedaan. Om dat goed te maken kon hij uiteraard maar een ding doen: de man zijn eigen verhaal laten vertellen. Fagin vertelt zijn leven aan Dickens zelf, in een lange flashback, en wel op het ogenblik dat hij in een cel ligt te wachten om te worden opgehangen.
Het cliché ‘meesterlijk’ moet toch nog maar eens dienen om de vertel- en tekenstijl van Eisner (zelf van joodse komaf) te typeren. Elke pagina, elke strook, elk plaatje oogt dynamisch. Als geen ander weet hij beweging in beeld te brengen. Als Bill Sikes op pagina 95 met de ene hand Nancy bij de strot grijpt en met de andere Fagin een oplawaai verkoopt, dan beweegt er wat. Eisners grafiek heeft de spontaneïteit van een schets, maar evengoed het detail van een doorgewerkte tekening. De dynamiek komt ook van de variatie die in de bladverdeling zit: hij mengt klassieke stroken met paginagrote tekeningen, kadertjes met losse, aflopende plaatjes, groot met klein, en dat alles zonder dat het warboel wordt. Ik houd veel van Will. (IV)
Will Eisner
‘Fagin de Jood’, Atlas, 118 blz., €18,95.
****
28 November 2010, 22:25
kurt